Betalingstermijn voor MKB naar maximaal 60 dagen

Per 1 juli 2017 is nieuwe wetgeving in werking getreden waarbij de betalingstermijn tussen grote ondernemingen en het MKB nog maximaal 60 dagen mag bedragen. Als een langere betalingstermijn wordt afgesproken, is dat nietig en wordt de termijn omgezet naar 30 dagen. Voor bestaande contracten geldt (helaas) een overganstermijn van 1 jaar, zodat een langere betalingstermijn dan 60 dagen bij een bestaande afspraak pas per 1 juli 2018 nietig is. Artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek is met deze nieuwe wetgeving aangepast.

MKB bedrijven worden (voor deze wetgeving) gekwalificeerd als ondernemingen met een netto omzet van niet meer dan 40 miljoen euro, activa van niet meer dan 20 miljoen en met niet meer dan 250 werknemers. 

Billijke vergoeding naast transitievergoeding kan flink oplopen !

De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak van 30 juni 2017 de deur open gezet voor een flink hogere billijke vergoeding voor de werknemer in geval van een onterecht ontslag op staande voet. Hier is de gehele uitspraak te lezen:  Uitspraak Hoge Raad 30 juni 2017 billijke vergoeding

Een kapster werd op staande voet ontslagen en vocht dit aan. Zij vroeg naast de forfaitaire transitievergoeding ook om een billijke vergoeding op grond van artikel 7:681 lid 1 aanhef en onder a. BW. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat de gevolgen van het ontslag mogen meewegen bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding, als die gevolgen zijn toe te rekenen aan het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De billijke vergoeding zou hiermee fors kunnen oplopen. Er kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met het loon dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst was voortgeduurd. Het hangt van de omstandigheden van het geval af wat de omvang van de vergoeding in het concrete geval zal zijn. De zaak is nu terug verwezen naar het Gerechtshof om de omvang van de billijke vergoeding vast te stellen.  

Verplicht digitaal procederen en nieuw procesrecht

De rechtbanken gaan het digitaal procederen in civiele zaken binnenkort echt invoeren. De geplande ingangsdatum in de eerste twee arrondissementen "Midden-Nederland" en "Gelderland" is 1 september 2017. Het gaat om het procederen in civiele zaken met verplichte procesvertegenwoordiging (advocaat). De wijze van procederen (procesrecht) wordt ook vernieuwd.

Na de introductie in de arrondissmenten Midden-Nederland en Gelderland zal de rest van Nederland stapsgewijs volgen. Eerst vindt dan een uitgebreide evaluatie van de resultaten plaats.

De minister van Veiligheid en Justitie moet nog beslissen over de formele ingangsdatum.

de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), aankomende Privacy wetgeving

Op 25 mei 2018 treedt de Algemene Verordening Gegevensbescherming in werking. Dit is de nieuwe Europese privacy verordening. Vanaf die datum geldt er één privacywet in de hele Europese Unie. De Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt vanaf die datum niet meer.

Alle organisaties die (geautomatiseerd) persoonsgegevens verwerken of uitwisselen, zijn verplicht om aan de nieuwe privacy wetgeving te voldoen.

Een paar belangrijke wijzigingen:

  • Privacyrechten van mensen worden uitgebreid en versterkt, zoals: een artikel over toestemming om persoonsgegevens te mogen verwerken, de mogelijkheid toestemming in te trekken, het moeten doorgeven van verwijderde gegevens aan andere organisaties, het ontvangen van gegevens in een standaardformaat.
  • De eigen verantwoordelijkheid van organisaties wordt groter om de wet na te leven en/of aan te kunnen tonen dat zij zich aan de wet houden (accountability).
  • Organisaties moeten gedocumenteerd kunnen aantonen dat de juiste organisatorische en technische maatregelen zijn getroffen om aan de verorderning te voldoen. Denk ook aan privacybeleid, privacy assessment.
  • Al bij de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten moet rekening worden gehouden met het inbouwen van privacy verhogende aspecten: Privacy by Design and Privacy by Default.
  • De eisen voor het melden van datalekken worden strenger.
  • De huidige maximale boete van € 820.000,- die kan worden opgelegd bij het niet voldoen aan de meldingsplicht datalekken, wordt verhoogd naar maximaal € 20 miljoen of 4% van de jaarlijkse wereldwijde omzet per overtreding.

Second Opinion nodig?

Bent u er niet zeker van of het verstandig is een contract te tekenen, wilt u onze mening over een juridisch geschil, of twijfelt u over het vervolg van uw zaak? Vraagt u dan om onze inschatting. Wij geven u hierover advies tegen een vaste prijs van € 350,= exclusief btw.

Stuur uw vraag eenvoudig via het contactformulier.  

Afschaffing VAR-verklaring en Wet DBA

Per 1 mei 2016 werd de VAR-verklaring afgeschaft. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) trad op die datum in werking.

In de media is inmiddels veel te doen geweest over deze wet en de gevolgen daarvan. Op dit moment is het laatste nieuws dat voorlopig niet gehandhaafd wordt.  

Op de website van de belastingdienst staan veel modelovereenkomsten waarbij al is beoordeeld dat er geen sprake is van een dienstbetrekking als volgens zo’n overeenkomst wordt gewerkt. Als er wel sprake is van een dienstbetrekking moet loonheffing worden ingehouden.

Een dienstbetrekking is volgens de belastingdienst, in fiscale zin, aanwezig:
-als er een gezagsverhouding aanwezig is, er aanwijzingen en instructies worden gegeven over het verrichten van de arbeid aan de zelfstandige (zzp-er);
-als er persoonlijk arbeid wordt verricht en een vervanger het werk niet mag/kan doen;
-als de zelfstandige een beloning ontvangt voor de verrichte arbeid;
Als één of meer van deze elementen ontbreekt, is er vermoedelijk geen sprake van een dienstbetrekking.

Het is niet verplicht om te werken met een door de Belastingdienst gepubliceerde modelovereenkomst. En van die modellen mag worden afgeweken (mits niet van de gele tekst in de modellen). De gele tekst betreft de kernbedingen waaraan de Belastingdienst toetste. In principe is de Belastingdienst akkoord als op basis van zo’n overeenkomst wordt gewerkt en er in ieder geval niet is afgeweken van de gele teksten.

Maar!:

-Er moet in de praktijk wel overeenkomstig de overeenkomst worden gewerkt (het moet in de praktijk wel feitelijk kloppen);

-En het moment van de waarheid is pas bij de belastingaangifte en/of controle. Pas dan wordt vastgesteld of het ook echt klopt dat er geen dienstbetrekking aanwezig is;

-De Modelovereenkomsten op basis van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties betreffen een vorm van “vooroverleg” in fiscale zin.

-Het zijn standaardmodellen, waarbij aanpassing aan de specifieke omstandigheden van de situatie/het bedrijf/de opdracht nodig kan zijn;


U kunt uw eigen overeenkomst van opdracht ook vooraf aan de belastingdienst ter goedkeuring voorleggen. Op die manier heeft u meer zekerheid dat die overeenkomst in beginsel goed is. Maar dan nog blijft het belangrijk in de praktijk wel volgens die overeenkomst te blijven werken.

Wij kunnnen u van dienst zijn bij het aanpassen en/of beoordelen van uw overeenkomst van opdracht.

aas advocatuur

Herijking Faillissementsrecht (5 april 2016)

De Eerste Kamer heeft op 5 april 2016 met algemene stemmen twee wetsvoorstellen aanvaard die de bestrijding van faillissementsfraude versterken. Beide wetten treden naar verwachting op 1 juli 2016 in werking. De wetgeving maakt deel uit van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’. Met deze wetgeving kan laakbaar handelen van bestuurders bij of voorafgaand aan faillissementen beter worden aangepakt.

Het eerste wetsvoorstel, de “Wet civielrechtelijk bestuursverbod”, maakt het mogelijk dat de rechter een civiel bestuursverbod oplegt aan een bestuurder die faillissementsfraude pleegt, of zich schuldig maakt aan wangedrag in de aanloop naar het faillissement. Die bestuurder mag dan maximaal 5 jaar geen rechtspersoon meer besturen, of commissaris zijn. Op die manier wordt voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten voort kunnen zetten na een faillissement. Het bestuursverbod kan worden gevraagd door de curator of het Openbaar Ministerie.

Met het tweede wetsvoorstel “Herziening strafbaarstelling faillissementsfraude” wordt de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht verruimd en de wettelijke positie van de curator versterkt door het niet juist voeren van de administratie en het bewaren daarvan strafbaar te stellen. Hiermee kan effectiever worden opgetreden bij faillissementsfraude. Denk aan een lege boedel waar niets meer te halen valt, het niet voeren van een deugdelijke administratie of wegsluizen van activa in het zicht van het faillissement. Als een (deugdelijke)  administratie ontbreekt, is het vaak moeilijk om dubieuze transacties te achterhalen. Er komt onder andere een aparte strafbaarstelling van overtreding van de administratieplicht bij faillissement.

Bron: rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl  

Aanzegtermijn bij einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd